I. KERNASPECTEN SPIRITUALITEIT BROEDERS VAN LIEFDE

1. Aandacht voor de spirituele dimensie in de mens: een zoektocht naar God

spirituele dimensie in de mens
  • een vluchtheuvel of verdovingsmiddel
  • de hoop die het evangelie ons brengt
  • vindplaatsen van God

2. Een liefdevolle grondhouding want God is liefde

liefdevolle grondhouding
  • God is liefde: een spiritualiteit van de incarnatie:
    de transfiguratie van de goddelijke liefde in een mens- en levensnabije naastenliefde
  • de eucharistie: het summum van Gods liefde
  • grondhoudingen en deugden bij Triest en Vincentius:
    Godsvertrouwen, nederigheid, eenvoud, zachtmoedigheid, hartelijkheid, gastvrijheid, versterving

3. Leven in het perspectief van de verrijzenis

perspectief van de verrijzenis
  • de verrijzenis als perspectief
  • leven als verrijzenismensen
  • het perspectief van de verrijzenis delen met anderen
  • werken van barmhartigheid

4. Dienstbaarheid aan de armen: behoeftigen naar lichaam, verstand, hart, ziel

dienstbaarheid
  • voorkeursoptie voor de armen: Bijbelse gronden
  • eenheid tussen bidden en handelen: naastenliefde voeden met Godsliefde
  • wie zijn de armen
  • ontwikkelen van een solidaire levenshouding: met het hart naar de andere gaan (de vorming van het hart)
  • de armen zijn onze meesters: vertegenwoordigers van Jezus Christus, iconen van Jezus
  • zorg voor de lichamelijke, geestelijke, spirituele noden
  • effectieve liefde met de warmte van affectieve liefde
  • de kerk en de armen

5. Geïnspireerde deskundigheid: een caritas die zich vertaalt in professionaliteit

geïnspireerde deskundigheid2
  • het belang van vorming
  • een mensgerichte organisatiestructuur: Vincentiaans leiderschap
  • zorg voor een goede accommodatie

6. Verbondenheid met de Kerk

verbondenheid2
  • als diaconale Congregatie
  • sociale leer van de Kerk

7. Samenwerking met leken

aangesloten leden
  • aangesloten leden
  • medewerkers

8. Maatschappelijk relevant

maatschappelijke relevantie
  • in zorgverlening
  • in opvoeding en onderwijsverstrekking
  • aandacht voor de zwakken en armen via de media

 

9. Vincentius en Triest: de grondleggers van de spiritualiteit van de Broeders van Liefde

Vincentius a PauloSint Vincentius a Paulo (Fr.: Vincent de Paul) (Pouy [sinds 1828: St-Vincent de Paul], dep. Landes, 24 april 1581 – Parijs 27 sept. 1660), Frans heilige, ordestichter en organisator van caritatieve werken, werd in 1600 priester gewijd. Hij verbleef enige tijd in Rome en zou (volgens een traditie die door velen wordt aangevochten) in 1605 in handen van Turkse zeerovers zijn gevallen en als slaaf verkocht zijn in Tunis, vanwaar hij in 1607 wist te ontvluchten. Hij sloot zich vervolgens aan bij de groep priesters waarmee Pierre de Bérulle tot een hervorming van de clerus zocht te komen, werd in 1612 pastoor te Clichy en daarna (1613) huisleraar en kapelaan van de voorname familie Gondi. In 1619 werd hij benoemd tot hoofdaalmoezenier van de gevangenen op de galeien, voor wier lotsverbetering hij zich inspande. Door het houden van volksmissies (voor het eerst in 1617) bezielde hij vele Franse katholieken met nieuwe geloofsijver.Ook ijverde hij voor de hervorming van de clerus en voor de praktische organisatie van de seminaries, door het Concilie van Trente voorgeschreven. Van 1643 tot 1652 maakte hij deel uit van de Conseil de conscience, die o.a. de bisschopsbenoemingen onder zijn bevoegdheid had, maar hij werd hieruit verwijderd door kardinaal Mazarin, tegen wiens politieke benoemingen hij zich verzette. Hij stond koning Lodewijk XIII bij in diens stervensuur. De door hem opgerichte instellingen kwamen tot grote bloei. In 1617 bracht hij de eerste plaatselijke vereniging tot stand van vrouwen (Dames de la Charité), die de verplichting op zich namen armen en zieken te helpen; dergelijke verenigingen werden daarna in talrijke andere plaatsen opgericht. In 1625 stichtte hij de Congregatie van de Missie en in 1633, samen met de weduwe Louise de Marillac, de Filles de la Charité (Dochters van de Liefde; in Duitsland: Barmherzige Schwestern).De spiritualiteit van Vincentius was vooral gericht op de praktijk van eenvoud, armoede, nederigheid, zachtheid, versterving en zieleijver. Hij werd in 1729 zalig en in 1737 heilig verklaard. Paus Leo XIII verhief hem tot patroon van alle verenigingen van liefdadigheid en van de ziekenhuizen. Zijn feestdag is op 27 september.

PJTRIEST-2010Petrus Jozef Triest wordt in 1760 als zoon van een welstellende smid in Brussel geboren. Hij studeert bij de Jezuïeten in Brussel en in de Latijnse school te Geel. Aan de universiteit van Leuven studeert hij letteren, natuurlijke wetenschappen en wijsbegeerte. Hij treedt in het Groot Seminarie te Mechelen en wordt priester gewijd in 1786. Triest werkt vanaf 1786 als helper in verschillende parochies. In 1797 weigert hij zoals velen de eden aan de Franse Republiek af te leggen en moet onderduiken. In dat jaar wordt hij in het geheim benoemd als pastoor in Ronse en probeert daar in 1800 een wesehuys op te richten. In 1802 komt er een kerkvrede en een herindeling van de bisdommen, waarbij Ronse ingelijfd wordt onder het bisdom Gent. Wegens spanningen met de antiklerikale burgemeester van Ronse plaatst de overheid hem over naar Lovendegem in 1803, waar hij in hetzelfde jaar de Zusters van Liefde sticht. Deze ontfermen zich over de weeskinderen en houden schole ter ere Gods. In 1805 wordt Triest naar Gent geroepen om er met zes Zusters van Liefde de opvang te verzorgen van ongeneeslijke zieken. Het actieterrein van de Zusters van Liefde verruimt zich reeds in die tijd tot de zorg voor bejaarden, blinden, doven, geesteszieken en fysiek en mentaal gehandicapten. In 1807 wordt Triest lid van de commissie van de godshuizen en de gasthuizen. Hij wordt ook bestuurder van het burgerlijk hospitaal de Bijloke. In dit hospitaal zijn het vooral oude mannen die aan de willekeur van hun oppasser zijn onderworpen. Om dat te verhelpen sticht hij in 1807 de congregatie van de Broeders van Liefde. Triest wordt ook verantwoordelijk voor de 12 kleine Godshuizen, waaronder het Vrouwenweeshuys of Hospice nr 8 aan de Zandpoort en het Manweeshuys in het Geraard de Duivelsteen. Dit zijn de enige krankzinnigengestichten in Gent op dat ogenblik (een derde instelling van de Broeders Alexianen verdween in 1798 met de opheffing van de orde). De situatie is mensonterend in beide instellingen. De zieken liggen er vastgeketend op stro, vaak in hun eigen vuil. Van therapie, of zelfs maar van activiteiten is er geen sprake. Krankzinnigen worden gewoon op dezelfde lijn geplaatst als misdadigers en bedelaars. In 1808 stuurt Triest vier Zusters van Liefde naar het Vrouwenweeshuys. In 1815 nemen de Broeders van Liefde ook de zorg van de geesteszieken in het Geraard de Duivelsteen over. Zoals Tuke in Engeland en Pinel in Frankrijk, breekt Triest de boeien van de geesteszieken. De boeien zijn bewaard gebleven in het museum. In 1828 benoemt hij de jonge geneesheer Joseph Guislain tot hoofdgeneesheer van de beide Gentse krankzinnigengestichten. Een andere zorg van Triest is het onderwijs voor doven en blinden wat uitmondt in de oprichting van verschillende instituten voor doven en blinden in Gent en Brussel. In 1823 richt Triest eveneens de orde van de Broeders van Sint-Jan-de-Deo op en in 1835 sticht hij een vierde congregatie, de Zusters Kindsheid Jesu. In 1836 komt kanunnik Triest een acute astma-aanval niet meer te boven. Hij ruilt het tijdige voor het eeuwige met de woorden Date et dabitur vobis – Geef en u zal gegeven worden. Bij zijn dood slaat men in Gent gedenkpenningen en in 1846 krijgt hij een praalgraf in de St.-Goedele-kathedraal in Brussel. Zijn stoffelijk overschot wordt overgebracht naar de grafkapel van de Zusters van Liefde in Lovendegem waar hij rust naast de algemene oversten van de Zusters van Liefde.

Het charisma van Vader Triest – Br. dr. René Stockman

Vader Triest was een begeesterd man, dat is het minste dat we van hem kunnen zeggen. Een kennismaking met zijn geschriften brengt ons tot steeds nieuwe inzichten en doet de overtuiging groeien dat hij een uniek charisma ontving om Gods liefde zichtbaar en tastbaar in de wereld te brengen, heel speciaal in de wereld van de armen en van hen die geen stem hadden in de maatschappij. Het is dat charisma dat tot op vandaag levend aanwezig blijft en steeds nieuwe vormen mag krijgen in het leven van hen die Vader Triest als hun inspirator hebben ontvangen. Want is dat niet typisch aan ieder authentiek charisma: dat het steeds opnieuw wordt geschonken en bron blijft om de evangelische boodschap in steeds nieuwe verschijningsvormen gestalte te geven. Een vernieuwde kennismaking met het charisma van Vader Triest kan ons eigen charisma alleen maar versterken en vooral verdiepen. En het nodigt ons uit om een heel ernstig antwoord te geven op de vraag of ons leven in lijn is met dit charisma dat we ook ons charisma mogen noemen.

II. SPIRITUALITEIT BROEDERS VAN LIEFDE EN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK

BVL en Sociale leer van de Kerk

 

III. LEVEN EN WERKEN VANUIT DE SPIRITUALITEIT VAN DE BROEDERS VAN LIEFDE

We willen proberen verhelderen wat kwaliteit van leven als lid van de Congregatie Broeders van Liefde voor ons samen vanuit onze identiteit kan betekenen. Er zijn op de markt heel wat publicaties te vinden over kwaliteit van leven vanuit verschillende invalshoeken en vanuit verschillende visies en overtuigingen. Wat dit voor ons binnen de Congregatie van de Broeders van Liefde betekent, is vooral binnen de congregatie te vinden.

Kwaliteit van leven en gemeenschap – Br. Dirk Beirnaert

 Leven en werken vanuit de spiritualiteit van de Broeders van Liefde – Marc Keuleneer